Rentevaste periode kiezen in 2026: 10, 20 of 30 jaar vast?
De rentevaste periode is na de hoogte van de lening de belangrijkste keuze in je hypotheek. Kies je kort, dan betaal je nu minder maar loop je risico als de rente stijgt. Kies je lang, dan betaal je voor zekerheid. Dit artikel zet de opties voor 2026 naast elkaar met actuele rentes, een rekenvoorbeeld op een hypotheek van €350.000 en de specifieke afwegingen als je verhuist met een lopende hypotheek.
Wat is een rentevaste periode en waarom maakt het zoveel uit?
De rentevaste periode is de tijd waarin je rentepercentage vaststaat. Loopt die periode af, dan doet je geldverstrekker een nieuw voorstel tegen de dan geldende rente. Is de rente gestegen, dan stijgen je maandlasten; is hij gedaald, dan dalen ze.
Hoe langer je de rente vastzet, hoe hoger het percentage. De bank neemt namelijk het risico over dat de rente in die periode stijgt, en daar rekent hij een opslag voor. In september 2026 ziet dat er bij de scherpste aanbieders ongeveer zo uit:
| Rentevaste periode | Indicatieve rente (NHG, annuïtair) | Verschil met 10 jaar |
|---|---|---|
| Variabel | 3,60% | -0,29% |
| 1 jaar vast | 3,73% | -0,16% |
| 5 jaar vast | 3,80% | -0,09% |
| 10 jaar vast | 3,89% | — |
| 20 jaar vast | 4,15% | +0,26% |
| 30 jaar vast | 4,33% | +0,44% |
* Indicatieve laagste rentes september 2026 op basis van een hypotheekvergelijking van 34+ geldverstrekkers. Zonder NHG en bij een hogere lening ten opzichte van de woningwaarde liggen de percentages 0,2 tot 0,6 procentpunt hoger.
Wat opvalt: het verschil tussen 10 en 30 jaar vast is in 2026 minder dan een half procentpunt. Dat is historisch gezien klein. Tussen 2010 en 2015 betaalde je voor 30 jaar vast soms ruim één procentpunt meer dan voor 10 jaar. De rentecurve is nu relatief vlak, en dat maakt lang vastzetten verhoudingsgewijs goedkoop.
Rekenvoorbeeld: wat scheelt het per maand op €350.000?
Cijfers zeggen meer dan percentages. Neem een annuïteitenhypotheek van €350.000 met een looptijd van dertig jaar. De bruto maandlast (rente plus aflossing, vóór belastingaftrek) verschilt dan zo per rentevaste periode:
| Rentevaste periode | Rente | Bruto maandlast | Verschil met 10 jaar per maand | Per jaar |
|---|---|---|---|---|
| 1 jaar vast | 3,73% | circa €1.617 | -€32 | -€384 |
| 10 jaar vast | 3,89% | circa €1.649 | — | — |
| 20 jaar vast | 4,15% | circa €1.701 | +€52 | +€624 |
| 30 jaar vast | 4,33% | circa €1.738 | +€89 | +€1.068 |
* Afgeronde bedragen, indicatief voor 2026. Na hypotheekrenteaftrek (37,56 procent over het rentedeel) zijn de netto verschillen circa een derde kleiner.
Voor €89 per maand extra koop je bij 30 jaar vast dus zekerheid over je volledige looptijd. Voor €52 per maand heb je twintig jaar rust. De vraag is wat er gebeurt als je voor 10 jaar kiest en de rente over tien jaar op 5,5 procent staat. Dan stijgt je maandlast op de resterende schuld (dan nog circa €265.000) met ruim €200 per maand. Staat de rente dan op 3 procent, dan daal je juist.
Niemand weet waar de rente over tien jaar staat. De rentevaste periode is daarom geen rekensom met één goed antwoord, maar een keuze over hoeveel onzekerheid je wilt dragen.
Kort vastzetten: wanneer past dat?
Een korte rentevaste periode (variabel, 1 of 5 jaar) is goedkoper op de korte termijn en geeft flexibiliteit. Het past als:
- Je verwacht binnen een paar jaar opnieuw te verhuizen. Bij het aflopen van je rentevaste periode kun je boetevrij aflossen, dus je zit niet vast aan een boeterente als je verkoopt. Let wel: bij verkoop van je woning mag je bij vrijwel alle banken sowieso boetevrij aflossen, ook midden in een lange rentevaste periode.
- Je hebt ruimte om een stijging op te vangen. Als €200 tot €300 per maand extra binnen twee jaar geen probleem is, kun je het risico nemen.
- Je verwacht dat de rente daalt. Dat is speculeren, en de afgelopen jaren hebben laten zien hoe snel de markt kan omslaan: van onder de 1,5 procent in 2021 naar boven de 4 procent in 2023.
- Je lost snel af. Bij een kleine restschuld raakt een rentestijging je minder hard.
Het grote nadeel: bij het toetsen van je maximale hypotheek rekent de bank bij een rentevaste periode korter dan tien jaar met een toetsrente van minimaal 5 procent. Daardoor kun je met een korte periode juist mínder lenen dan met 10 jaar vast, ook al is de werkelijke rente lager. Voor starters die het maximale willen lenen is dat vaak een reden om toch voor tien jaar of langer te kiezen. Bereken vooraf wat het effect is op je maximale hypotheek.
Lang vastzetten: 20 of 30 jaar
Een lange rentevaste periode koop je voor zekerheid. Het past bij:
- Een strak budget. Als een stijging van €200 per maand je begroting omvergooit, is de opslag van €50 tot €90 per maand een redelijke verzekeringspremie.
- Een woning waar je lang blijft. Gezinnen die net een woning voor de komende vijftien tot twintig jaar hebben gekocht, kiezen vaak voor 20 jaar vast.
- Een vlakke rentecurve, zoals in 2026. Het verschil tussen 10 en 30 jaar is nu klein. Als dat verschil weer oploopt naar één procentpunt, wordt lang vastzetten een stuk duurder.
Twee aandachtspunten bij lang vastzetten:
Rentemiddeling en boeterente. Daalt de rente flink, dan zit jij nog jaren aan je hogere percentage vast. Overstappen kan, maar dan betaal je boeterente over het renteverschil voor de resterende periode. Bij 25 jaar resterend loopt dat snel in de tienduizenden euro's. Sommige banken bieden rentemiddeling aan: je nieuwe rente wordt een gewogen gemiddelde, en de boete wordt uitgesmeerd over de nieuwe periode.
Je verhuist tussentijds. Dan komt de verhuisregeling in beeld. Daarover meer in de volgende paragraaf, want juist voor verhuizers is dit het belangrijkste onderdeel van de keuze.
Rentevaste periode en verhuizen: de meeneemregeling
Vrijwel elke hypotheek heeft een verhuisregeling (meeneemregeling): verhuis je, dan mag je je huidige rente en resterende rentevaste periode meenemen naar de nieuwe woning. Dat maakt de keuze voor een lange periode minder eng dan hij lijkt. Je zit niet vast aan het huis, alleen aan de lening.
Drie situaties:
1. Je huidige rente is laag, de marktrente hoger. Neem je rente mee. Heb je in 2021 voor 20 jaar 1,5 procent vastgezet, dan is dat percentage nog vijftien jaar geldig op je nieuwe woning. Alleen het extra bedrag dat je bijleent, sluit je tegen de actuele rente af. Lees hoe dat werkt bij verhuizen met een bestaande hypotheek.
2. Je huidige rente is hoger dan de marktrente. Dan wil je juist níét meenemen. Bij verkoop van je woning los je boetevrij af en sluit je een volledig nieuwe hypotheek tegen de lagere rente. Hier kies je opnieuw een rentevaste periode, met dezelfde afwegingen als een starter.
3. Je rentevaste periode loopt binnen een jaar af. Dan is meenemen weinig waard. Sluit direct een nieuwe hypotheek af voor de nieuwe woning en kies een periode die past bij hoe lang je daar verwacht te blijven.
Let op de termijn van de verhuisregeling: bij de meeste banken moet de nieuwe hypotheek binnen drie tot zes maanden na aflossing van de oude passeren. Verkoop je eerst en koop je pas later, dan kan je recht op de oude rente vervallen. Vraag dit na vóór je de verkoop tekent, en zet de datum in je verhuischecklist.
Slimme tussenvormen: splitsen en de 10+10-strategie
Je hoeft niet alles in één keer vast te zetten. Twee veelgebruikte tussenvormen:
Leningdelen splitsen. Je verdeelt je hypotheek in twee of drie delen met verschillende rentevaste perioden, bijvoorbeeld €200.000 voor 20 jaar en €150.000 voor 10 jaar. Loopt de korte periode af, dan wordt maar een deel van je lening herzien. Je spreidt zo het renterisico. Nadeel: de administratie is iets ingewikkelder en niet alle geldverstrekkers rekenen dezelfde rente voor kleinere leningdelen.
De 10+10-strategie. Je kiest 10 jaar vast omdat het verschil met 20 jaar in 2026 klein is, en je zet het maandelijkse verschil (in het voorbeeld €52) apart of gebruikt het voor extra aflossen. Na tien jaar heb je dan een buffer van ruim €6.000 plus een lagere restschuld, waarmee je een eventuele rentestijging deels opvangt. Dit werkt alleen als je de discipline hebt om het verschil daadwerkelijk weg te zetten.
Welke vorm ook past: laat het doorrekenen. Via een hypotheekvergelijking kun je een gratis berekening aanvragen waarin verschillende rentevaste perioden en aflosvormen naast elkaar staan, inclusief het effect op je maximale hypotheek. Bespreek daarna met je adviseur wat het verschil netto per maand is na belastingaftrek, want dat is het bedrag dat je echt voelt. Meer over wat dat advies kost, lees je in hypotheekadvies: kosten en wat je ervoor krijgt.
Vergelijk rentes per rentevaste periode
10, 20 of 30 jaar vast: zie de actuele rentes naast elkaar en laat je maandlasten doorrekenen.
* We ontvangen een kleine vergoeding als je via onze link overstapt. Dit kost jou niks extra.
Wat nu te doen?
In 2026 is het renteverschil tussen 10 en 30 jaar vast klein, wat lang vastzetten relatief aantrekkelijk maakt. Kies kort als je binnen een paar jaar opnieuw verhuist en een stijging kunt opvangen; kies 20 of 30 jaar als je budget weinig ruimte heeft of je lang blijft wonen. Verhuis je met een lopende hypotheek, laat dan eerst doorrekenen of meenemen of oversluiten voordeliger is, en controleer de termijn van de verhuisregeling.
Veelgestelde vragen
Welke rentevaste periode is het meest gekozen in 2026?
Kan ik mijn rentevaste periode meenemen als ik verhuis?
Wat gebeurt er als mijn rentevaste periode afloopt?
Is een variabele rente in 2026 verstandig?
Wat is rentemiddeling?
Kan ik mijn hypotheek splitsen in verschillende rentevaste perioden?
Bronnen
Oprichter van WT Digital en verantwoordelijk uitgever van Verhuisplanner. Informatie wordt gecontroleerd aan de hand van officiële en primaire bronnen.
Klaar om je verhuizing te plannen?
Met onze gratis verhuisplanner krijg je een persoonlijke checklist afgestemd op je situatie. Alle taken, deadlines en handige links op een plek.
Maak je gratis verhuisplanMaak je gratis verhuisplan
In 2 minuten een persoonlijk plan met alle taken en deadlines.
Start je verhuisplan